Nieuws
19 april 2017

Meer dan helft Nederlanders staat open voor zorgrobots

Ruim de helft van de Nederlanders (55 procent) is bereid om robots en kunstmatige intelligentie (ki) toe te laten in het zorgproces. 39 procent ziet dat niet zitten en 6 procent neemt geen standpunt in. Met deze percentages zit Nederland in de middenmoot van twaalf landen die onderzocht zijn. In Nigeria, Turkije en Zuid-Afrika is respectievelijk 94, 85, en 82 procent van de mensen bereid robots en ki te accepteren in het zorgproces.

Zweden, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk (respectievelijk 48,41 en 39 procent) scoren lager in de acceptatie van robots en ki in de zorg. Dat blijkt uit internationaal onderzoek van accountancy- en onderzoeksbureau PwC in een dozijn landen.

'Hogere nauwkeurigheid' en 'toegankelijkheid van zorg' door technische ontwikkelen worden als voordeel gezien. Patiënten verwachten bijvoorbeeld dat diagnoses sneller zijn te stellen en testresultaten eerder bekend zijn. Maar er is ook argwaan dat menselijke waarden als vertrouwen en een persoonlijke benadering door de inzet van robots en ki verloren gaan.

'Daar ligt de achilleshiel', stelt Sander Visser, die verantwoordelijk is voor de activiteiten van PwC voor klanten in de gezondheidszorg. 'Uit ons onderzoek blijkt dat de bereidheid om deze technieken in de gezondheidszorg toe te laten in opkomende landen fors hoger ligt dan in West-Europa. De gezondheidszorg in opkomende landen is nog meer in ontwikkeling en kent daardoor meer flexibiliteit. De bereidheid om nieuwe ontwikkelingen sneller op te nemen, ligt daar hoger. In landen als Nederland en België is dat minder het geval', aldus Visser.

Lees meer >>

FacebookTwitterLinkedinMailPrint

Lees ook

Hoofdmediapartner
Mediapartners